25 Juli 2026
Een vrijbrief
Een vrijbrief

Ik, Paulus, heb het geschreven met deze mijn hand,

— Filémon: 19a

Zie je hem gaan? Onésimus gaat terug naar zijn meester Filémon. Dat is ware bekering. Zal vrees zijn hart vervuld hebben? Hij is immers de dood schuldig als weggelopen slaaf. Hoe zal hij zijn meester toch onder ogen zien? Hoe verschijn ik toch rechtvaardig voor God? Nu heeft Onésimus een kostbaar briefje bij zich. Is hij dat briefje kwijt, dan staat hij straks alleen voor Filémon. Met dat briefje heeft hij een garantstelling. Wat zal hij onderweg vaak in dat briefje hebben gelezen. Als hij aangevochten werd, als hij het benauwd had. Ja, het staat er toch echt: Ik Paulus heb het met mijn hand geschreven. Wat heeft Paulus dan geschreven? Wel dat hij al zijn schuld aan Filémon zal vergoeden. Paulus zal in zijn plaats gaan staan. Wat een liefde van Paulus voor hem. Dat had hij niet verdiend.  Als iemand iets mondeling toezegt  en hij komt zijn toezegging niet na, dan heb je geen been om op te staan. Maar als het zwart op wit staat geschreven, dan heb je bewijs voor de rechter. Petrus schreef: ‘Wij hebben het profetisch Woord dat zeer vast is en gij doet wel dat gij daarop acht geeft.’ En zo is het.

Misschien vraag je je af: ‘Is het ook voor mij?’ Waarom zou de Heere ons dat Woord dan gegeven hebben? Ik zeg niet dat iedereen die een Bijbel heeft ook naar de hemel gaat. Ik heb nog een andere vraag voor jou. Waarom zou de Bijbel voor velen zo weinig tot geen betekenis hebben? Omdat er geen schuld is. Als Onésimus geen schuld had gehad, had hij het misschien mooi gevonden dat Paulus zich garant stelde voor anderen. Maar nu hij een levensbedreigende schuld heeft, is het zijn vreugde dat Paulus zich borg stelt voor hem persoonlijk. Heb jij Christus tot Borg?

Ds. J. Lohuis

Door Ds. J. Lohuis

Ook interessant
JouwKompas is een initiatief van omsionswil.nl