19 Februari 2021
Een biddend leven
Een biddend leven

…dat mijn wegen gericht werden om Uw inzettingen te bewaren… verlaat mij niet al te zeer.

— Psalm 119: 5 en 8b

Psalm 119 zet hoog in. Wie kan zo leven? Mogelijk dat je bevreesd bent geworden, omdat je bij jezelf gezegd hebt: 'maar zo leef ik helemaal niet'. De belangrijke vraag is: wil je zo leven? De woorden uit vers 5 en 8 van Psalm 119 zijn troostend, wanneer je ontdekt hebt dat dit veel te hoog voor jou is. De dichter is namelijk ook bang geworden. Hij heeft zichzelf ook leren kennen als iemand die ook na ontvangen genade nog steeds tot alle boosheid geneigd is. De dichter is als een echt kind van God niet zelfverzekerd of wettisch: 'dat gaan we wel even in praktijk brengen'. Wanneer hij de hoge woorden van vers 1-4 heeft uitgesproken, gaat hij bidden. Hij bidt om de Heilige Geest. Hij bidt dat de Heilige Geest zijn hart, zijn hoofd en zijn handen en voeten zo richt dat hij gaat leven, zoals in vers 1-4 staat. Hij bidt of hij in die weg het leven van de ware rust mag leren kennen. En daarmee is hij het helemaal eens met David in Psalm 25:2 (Heere, maak mij Uwe wegen…) of Psalm 86:6 (Leer mij naar Uw wil te handelen, dan zal ik in Uw waarheid wandelen). De dichter bidt er in het slot van vers 8 ook nog bij dat de Heere Zijn nabijheid wil onthouden. Wat is hiervan de les? Een kind van God is zo afhankelijk van de Heilige Geest Die alleen dit leven kan werken. Een kind van God is zo zwak dat hij onmiddellijk zal vallen, wanneer de Heere Hem verlaat. Dit afhankelijke leven is het leven van de ware rust.

Ds. M.W. Muilwijk

Door Ds. M.W. Muilwijk

Ook interessant
JouwKompas is een initiatief van omsionswil.nl