20 September 2023
De van God gekomen Leraar
De van God gekomen Leraar

En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden; Opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.

— Johannes 3:14-15

Het is nacht in Jeruzalem en twee rabbi’s – de Heere Jezus en Nicodemus – zijn met elkaar in gesprek. Mede namens anderen is Nicodemus bereid de Heere Jezus te accepteren als een wettige collega. Echter de Heere Jezus wordt daar bepaald niet vrolijk van. De Heiland prikt door het zelfgenoegzame van Nicodemus heen en vraagt: Ben je al eens bij Johannes de Doper geweest? En Heb je begrepen wat zijn doop betekent?

 

God moet een radicaal nieuw begin met je maken anders blijf je blind voor Zijn Koninkrijk. Dat zegt de Heere Jezus tot Nicodemus: wederomgeboren worden. Nicodemus, een overste en leraar van Israël, blijkt nog onbekend met het A-B-C van Gods openbaring. Dat sinds de zondeval, de mens verkocht onder de zonde, niet in staat is tot ook maar iets goeds, tenzij door Gods genade wedergeboorte plaats vindt.

 

De prediking van Johannes de Doper neemt de Heere Jezus in dit gesprek met Nicodemus over. De farizeeër die zo trots was op eigen gerechtigheid en als hij de Heere Jezus wil erkennen als leraar Die van God is gekomen, moet hij de harde waarheid erkennen. De waarheid dat hij een zondig mens is, die een Verlosser nodig heeft. Tegenover het wij weten van Nicodemus stelt de Heere Jezus het wij weten van Hem en Johannes de Doper. Het gaat om het werk van de Heilige Geest. Het gaat om de liefde van God voor een wereld verloren in schuld.

 

Dat zal Nicodemus alleen kunnen aanvaarden, als hij oprecht erkent dat de Heere Jezus van God gekomen is: Gods eniggeboren Zoon, Die door God gegeven is als het grote zoenoffer voor de zonden. De Zoon des Mensen moet verhoogd worden aan het kruis. Dat komt Rabbi Jezus leren en Johannes heeft het volk op dit onderwijs moeten voorbereiden.

 

Is dat geen dwaasheid? Niet voor wie weet van eigen zonden en verlorenheid. Denk aan de Israëlieten die gebeten waren door de giftige slangen. Zij wilden wel opzien naar de koperen slang die Mozes gemaakt had en op een paal omhoog hield. Want ze wisten: als we er niet naar kijken zullen we zeker sterven. Zo is het ook met de Zoon des Mensen: wie gelooft, heeft in Hem het eeuwig leven. Wie niet de verlorenheid van zijn eigen leven erkent voor Gods aangezicht, hoe zal die de liefde van God zien in de zending van Zijn Zoon?



Zingen: Psalm 130:2

 

Kand. W.J. Korving

Door Kand. W.J. Korving

Ook interessant
JouwKompas is een initiatief van omsionswil.nl